Welke rol speelt jouw uiterlijk in sollicitatiegesprekken?

Vacature2_1Tijdens de zomervakantie of in de periode rondom Kerstmis staan veel mensen stil bij hoe hun leven ervoor staat. Hoe is het gesteld met de goede voornemens? Heb je echt vaker gesport en minder gegeten? Heb je meer aandacht aan je gezin besteed en ben je nog wel happy op je werk? Misschien ben je in de afgelopen weken wel tot de conclusie gekomen dat je eens om je heen gaat kijken. Dan is het goed om je bewust te zijn van de eerste indruk die je maakt. En hoe groot de invloed van je uiterlijk is op je kansen voor die droomjob.

 

Halo

Natuurlijk, je moet relevante ervaring hebben voor die nieuwe droombaan. Uiteraard, het gaat om jouw talenten en wat jij aan meerwaarde kan bieden. Inhoud, dat telt! Toch? Je hebt vast wel eens gehoord van een halo-effect. Als het je niets zegt, leg ik het kort uit. Wanneer je verwachtingen hebt over mensen (bijvoorbeeld hoe betrouwbaar ze zijn en of ze aardig zijn), zonder dat die verwachtingen op relevante/logische signalen gebaseerd zijn, is er sprake van een halo-effect. De betrouwbaarheid van een persoon kan je niet aflezen aan de kleur van zijn ogen en kledingkeuze zegt niets over iemands sociale vaardigheden. Toch gebeurt het. Zo worden aantrekkelijke personen eerder vertrouwd (Zhao, Zhou, Shi & Zhang, 2005), krijgen ze meer expertise toegedicht (Ohanian, 1991), worden ze aardiger gevonden (Joseph, 1982), krijgen ze betere sociale competenties toegedicht (Eagly, Ashmore, Makhijani & Longo, 1991) en wordt verwacht dat ze een betere ‘job performance’ leveren (Walker Naylor, 2007).

 

Make-over

Als je nu gezegend bent met een fantastische persoonlijkheid en een wat minder fantastisch uiterlijk, kan je altijd nog je toevlucht zoeken in de cosmetische industrie. Misschien is chirurgie wat ingrijpend, maar van een bezoekje aan de schoonheidsspecialist, de kapper en de kledingwinkel, knapt iedereen een stuk op. Uit onderzoek (Das & De Loach, 2009) blijkt dat ‘grooming’ een positief effect heeft op je inkomen, alleen is dat effect voor verschillende bevolkingsgroepen verschillend in omvang. In het geval van vrouwen blijkt dat van elke extra euro die aan het uiterlijk wordt besteed, slechts 15 cent wordt terugverdiend via een hoger inkomen (Hamermesh, Meng & Zhang, 2001). Het grootste deel van uitgaven die gerelateerd zijn aan uiterlijk, zijn dus consumptief van aard en kunnen nauwelijks als investering worden gezien.

 

Aantrekkelijkheid als nadeel

Hebben aantrekkelijke mensen dan altijd een voordeel? Nee, niet altijd. In enkele onderzoeken wordt de invloed van aantrekkelijkheid genuanceerd of zelfs in twijfel getrokken. Zo vonden Maddux en Rogers (1980) in een experiment geen significant verschil tussen de overtuigingskracht van een aantrekkelijke expert of die van een minder aantrekkelijke expert. Caballero en Solomon (1984) vonden een effect dat tegengesteld was aan de verwachting rondom aantrekkelijkheid. In een ‘point-of-purchase’ situatie verkocht een onaantrekkelijk model meer producten dan een aantrekkelijk model. Als dat allemaal niet ingewikkeld genoeg is, maakt het ook nog uit wie je tegenover je hebt. Wanneer je gesprekspartner (veelal je toekomstig leidinggevende) van hetzelfde geslacht is én hij of zij weinig zelfvertrouwen heeft, ben je als aantrekkelijk persoon in het nadeel (Aghthe, Spörrle, & Maner, 2011). Mensen met weinig zelfvertrouwen ervaren aantrekkelijke mensen van hetzelfde geslacht als een bedreiging en oordelen daardoor negatiever over de persoon.

 

Groepen

Naast allerlei gewenste en ongewenste gevolgen van je uiterlijk in een-op-eensituaties zijn er ook effecten die juist in groepsverband optreden. Zo bestaat er een gek fenomeen dat het cheerleadereffect wordt genoemd (Walker & Vul, 2013). Daarbij wordt je als vrouw in een groep vrouwen (of als man binnen een groep mannen) aantrekkelijker gevonden dan wanneer je alleen bent. Een ander vreemd verschijnsel is het ‘mere proximity effect’. In een experiment waarbij sollicitanten moesten plaatsnemen in een wachtkamer, constateerden Hebl en Mannix (2003) dat de persoon die bij jou in de buurt zit, effect heeft op hoe jij wordt beoordeeld. Een mannelijke sollicitant werd negatiever beoordeeld wanneer hij in de buurt van een vrouw met overgewicht had gezeten, dan wanneer hij in de buurt van een vrouw met gemiddeld postuur had gezeten. Het feit dat de vrouw en de man geen relatie hadden, sterker nog, elkaar nog nooit hadden ontmoet, maakte geen verschil.

Wat moet je nu met al deze effecten rondom je uiterlijk? Je weet toch niet of je toekomstig leidinggevende veel of weinig zelfvertrouwen heeft? Moet je nu wel of niet naar de kapper en de schoonheidsspecialist? En wat doe je als je voorafgaand aan het sollicitatiegesprek in de wachtruimte een persoon met overgewicht aantreft? Ik zou zeggen dat je gewoon jezelf moet blijven. Je anders gedragen of je anders voordoen, heeft geen enkele zin. Fake personen vallen vroeg of laat toch wel door de mand. Of je nu knap of minder knap bent.

 

Wil je meer weten over deze verschijnselen? Lees dan eens een van de artikelen in onderstaande referenties.

 

Referenties:

Agthe, M., Spörrle, M., & Maner, J. K. (2011). Does being attractive always help? Positive and negative effects of attractiveness on social decision making. Personality and Social Psychology Bulletin, volume 37, number 8, pp. 1042-1054.

Das, J., & De Loach, S. B. (2011). Mirror, mirror on the wall: The effect of time spent grooming on earnings. The Journal of Socio-Economics, volume 40, pp. 26-34.

Eagly, A. H., Ashmore, R. D., Makhijani, M. G., & Longo, L. C. (1991). What is beautiful is good, but…: a meta-analytic review of research. Psychological Bulletin, volume 110. number 1, 109-128.

Hamermesh, D. S., Meng, X., & Zhang, J. (2002). Dress for success – does primping pay? Labour Economics, volume 9, pp. 361-373.

Hebl, M. R., & Mannix, L. M. (2003). The weight of obesity in evaluating others: a mere proximity effect. Personality and Social Psychology Bulletin, volume 29, number1, pp. 28-38.

Joseph, W. B. (1982). The credibility of physically attractive communicators: a review. Journal of Advertising, volume 11, issue 3, 15-24.

Ohanian, R. (1990). Construction and validation of a scale to measure celebrity endorsers’ perceived expertise, trustworthiness, and attractiveness. Journal of Advertising, volume 19, number 3, 39-52.

Walker Naylor, R. (2007). Nonverbal cues-based first impressions: impression formation through exposure to static images. Marketing Letters, volume 18, issue 3, pp. 165-179.

Walker, D., & Vul, E. (2013). Hierarchical encoding makes individuals in a group seem more attractive. Psychological Science, 1-6.

Zhao, N., Zhou, M., Shi, Y., & Zhang, J. (2015). Face attractiveness in building trust: evidence from measurement of implicit and explicit responses. Social behaviour and personality, volume 43, issue 5, pp. 855-866.

Advertenties