Is communicatieland op zoek naar een nieuw systeem?

De afgelopen jaren is er nogal wat gebeurd in communicatieland. Reorganisaties, saneringen, faillissementen en doorstarts hielden de bureaus in hun greep. Een flink aantal medewerkers kwam op straat te staan en stond voor de keuze ‘wat nu?’. Veel van hen zochten hun heil in het freelancebestaan en werken nu als nomaden voor verschillende bureaus en opdrachtgevers.

 

Match

Op zich lijkt er een match te zijn tussen de vele freelancers en opdrachtgevers. Organisaties die een shake-out hebben meegemaakt zijn voorzichtiger in het aanbieden van vaste contracten. Voor gespecialiseerde vraagstukken huren zij liever een interimprofessional in, die na afronding van de opdracht niet op de loonlijst blijft plakken. Ook al is het voor een interimmer moeilijk om ertussen te komen, dat merk ik zelf maar al te goed, het concept van een vaste kern aangevuld met tijdelijke krachten lijkt goed te werken.

 

Systeem

Tegelijk met deze ontwikkeling, hoor ik steeds meer geluiden om me heen van mensen die op één of andere manier een nieuw systeem zoeken. Zo zijn er zzp’ers die zich via een maatschap aan elkaar verbinden, een ander soort bureau dus. Er zijn zzp’ers die elkaar opzoeken door zich te vestigen in een gezamenlijke ruimte en elkaar zo de bal toespelen. En er zijn zzp’ers die op vrijwillige basis elkaar aanbevelen maar solo opereren. Ik hoor zelfs mensen zeggen dat ‘het bureau’, zoals we dat decennia lang hebben gekend, over 10 jaar waarschijnlijk niet meer bestaat. Door al deze verschillende meningen en verschijnselen rijst bij mij de vraag: Is communicatieland op zoek naar een nieuw systeem? Weet de markt niet prima zelf hoe ze aan de juiste mensen moet komen. Of hebben opdrachtgevers toch moeite met het vinden van kennis in de versplinterde markt? Of is deze zoektocht die ik om me heen zie niet meer dan een laatste poging om controle uit te oefenen op de solo-artiesten van communicatieland? Ik ben benieuwd naar jullie reacties.

Advertenties

Branding – kei-harde cash

Medewerkerstevredenheid, ja. Klanttevredenheid, ja. Zichtbaarheid in de markt, ja. Reputatieverbetering, ja. Je kunt je gemakkelijk voorstellen dat branding, en meer specifiek internal branding, deze effecten tot gevolg heeft. Maar het blijven vaak softe assets in de ogen van directies. En in een laagconjuctuur staan dit soort targets niet zo hoog op de agenda. Wat veel organisaties zich niet realiseren is dat internal branding ook financiële resultaten oplevert en dus niet langer gezien kan worden als het ‘speeltje’ van de communicatie-afdeling. Hieronder enkele kei-harde-cash feiten.

 

Beurswaarde

Collins en Porras onderzochten in de jaren negentig wat visionaire organisaties nu anders deden dan andere organisaties. Zij kwamen erachter dat het enige grote verschil was dat de zogenoemde visionaire organisaties werkten vanuit een kernideologie (kernmissie, kernwaarden etc) en daaraan vasthielden. Zij pasten dus internal branding toe, voordat die term überhaupt geboren was. Wat zij ook ontdekten was het verschil in beurswaarde tussen de visionaire organisaties en hun directe concurrenten. Collins en Porras berekenden wat het zou opleveren als je op 1 januari 1926, 1 dollar had geïnvesteerd in verschillende groepen en vervolgens alle dividend opnieuw had geïnvesteerd. Groep 1: visionaire bedrijven. Groep 2: bedrijven uit de controlegroep (directe concurrenten). En groep 3: een gemiddeld beursfonds. Op 31 december 1990 zou een gemiddeld beursfonds dan 415 dollar hebben opgeleverd. Op diezelfde datum zouden de aandelen uit groep 2, 955 dollar hebben opgeleverd. Niet verkeerd zou je zeggen. Maar de aandelen uit groep 1 zouden 6.356 dollar hebben opgeleverd. 15 keer meer dan een gemiddeld beursfonds dus.

 

ROI en netto winst

Naast beurswaarde blijkt dat organisaties die ‘medewerker georiënteerd’* zijn ook op andere vlakken beter presteren. Zo kwam RSA op de proppen met de volgende cijfers. Medewerker georiënteerde organisaties scoorden beter op het gebied van return on investment en nettowinst voor belastingen. Het gemiddelde ligt op 9% (ROI) en 3% (nettowinst), terwijl medewerker georiënteerde organisaties 19% (ROI) en 5% (nettowinst) behalen. Naast deze harde cijfers bevestigde Watson Wyatt dat bedrijven met een medewerker-vriendelijk beleid hogere aandelenkoersen laten zien. En gaf Bain Company aan dat organisaties met een hoge mate van medewerkerbinding ook hun klanten beter weten vast te houden.

 

* medewerker oriëntatie is een belangrijk onderdeel van internal branding

Communicatie 7.3

Dat het communicatievak overloopt van de terminologie en dat die vaktermen nogal eens verschillend worden geïnterpreteerd is een bekend gegeven. Maar wat ik steeds vaker zie gebeuren is dat men een cijfer toevoegt aan een term om er een ‘NIEUW’ of ‘VERBETERD’ label aan te hangen. Netwerken 1.0, 2.0 en 3.0. Communicatie, ook in de 1.0, 2.0 en 3.0 variant. En het mooie is dat ook hier weer die cijfers verschillende betekenissen hebben, toegekend door de gebruiker ervan. Hoe lang duurt het nog voordat we te maken hebben met communicatie 7.3 of web 11.6? En weet iemand nog het verschil tussen de 5.4 en de 6.1 variant? Kunnen we niet gewoon terug naar zeggen wat we bedoelen? En dat het daarbij wat minder spannend klinkt omdat we woorden gebruiken in plaats van codes, op de koop toenemen? Dat maakt het vak een stuk overzichtelijker. Zowel voor de opdrachtgever, die toch al duizelig wordt van de communicatietaal, als de adviseur.

Merkbelofte maakt schuld

Belofte maakt schuld. Simpel. Of het nu gaat om die mok koffie die je voor je collega belooft te halen of de toezegging om vrienden te helpen verhuizen. Als je maar vaak genoeg je beloftes niet nakomt, geloven mensen je niet meer. Dat geldt voor mensen, maar ook voor merken. En toch loopt het communicatievak over van de valse beloftes.

 

Advertising

Commercials beloven ons van alles. Denk aan de ieniemienieflesjes waarin 50% van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid aan groente en fruit zou zitten. Of nog beter wasmiddel, waarmee je vlekken er in één keer uit krijgt. De fast food industrie is ook zo’n mooi voorbeeld. Is het je wel eens opgevallen dat de hamburger die je bestelt niet eens lijkt op het plaatje? Alphailia is een blog dat ingaat op dit soort verschillen tussen belofte en realiteit. In dit stuk worden verschillende burgers en taco’s vergeleken met het beeld dat in advertising wordt beloofd. Een hilarisch verslag.

 

Merkbelofte

Nu is de belofte over product benefits één ding. De merkbelofte is een stuk lastiger. De naam zegt het al, maar het gaat om de belofte die je als merk maakt aan je afnemers. Vaak is de pay-off, of slogan, een directe vertaling van de merkbelofte, dus het is belangrijk om hierover goed na te denken.

Dus hoe ga je daarmee om? En waar baseer je het op? Zomaar roepen dat je “de beste” bent, daar schiet je niet zoveel mee op. Hoezo de beste? Waarin dan? Kun je dat bewijzen? Een belofte puur en alleen gebaseerd op ‘anders zijn’, op onderscheidend vermogen, is ook niet altijd verstandig. Dan ben je misschien wel origineel in je claim, maar kun je dat ook waarmaken?

Daarom enkele tips die je op weg kunnen helpen bij het formuleren van de merkbelofte:

  • Formuleer de belofte vanuit de functie die het merk heeft voor de afnemer.
  • Baseer de belofte op de essentie van het merk, op welke waarden, visie, missie, etc het heeft. Zo zorg je ervoor dat je het ook kunt waarmaken.
  • Maak de belofte relevant. Iets beloven waarin niemand geïnteresseerd is, heeft niet zoveel zin.
  • En tot slot, kijk om je heen, neem imago en positionering mee in je afweging. Zonder kennis van de bestaande attitude of de positie van concurrenten kun je aardig mis schieten.

Heeft communicatie nog zin in het social media tijdperk?

“Met de komst van social media is de beheersbaarheid grotendeels verdwenen. Heeft een communicatie- of merkstrategie eigenlijk nog wel nut?” Die vraag stelde iemand me deze week. Interessant vraag. Ik kan me voorstellen dat die vraag op meerdere plaatsen leeft. Het is ook best verwarrend. Je stippelt een strategie uit, bepaalt de boodschap en voor je het weet ligt het op straat. Je kunt je daarom afvragen ‘wat voor zin heeft het?’, maar ik ben van mening dat het belang van communicatie of branding misschien nog wel groter is dan voorheen.

 

Echtheid boven decoratie

Ja, het social media tijdperk is hier en nee, het gaat niet meer weg. Ja, controle en beheersing nemen af. Ja, wat er aan de binnenkant gebeurt is veel zichtbaarder geworden. Dat maakt dat de inzet van communicatie om iets recht te breien of iets veel mooier te maken dan het is, tamelijk zinloos is geworden. Mensen prikken toch wel door dat suikerlaagje heen. Het zou dus ook niet meer om dat suikerlaagje moeten gaan.

 

Binnen én buiten

Binnen met buiten verbinden (en andersom), dat is, in mijn beleving, de grootste taak van ons vakgebied. Zorgen dat medewerkers gemotiveerd zijn en zich verbonden voelen met zowel het corporate merk als elkaar. En zorgen dat de contactervaring van externe partijen zoals klanten, leveranciers en omgeving in overeenstemming is met de boodschap die wordt uitgedragen. Geen gemakkelijke taak, maar als je dat kunt bereiken, heb je niets meer te vrezen van social media. Want dat is wat het fenomeen vaak oproept, onzekerheid door verminderde controle. Als binnen met buiten verbonden is, biedt social media louter kansen. Voor het werkgeversmerk, voor de zichtbaarheid en reputatie van de organisatie, voor de effectiviteit van campagnes, the sky is the limit.