Shit, mijn merk is vermoord

Aspirine. Luxaflex. Chocomel. Glassex. Vaseline. Al deze merken is het overkomen: Genericide, het fenomeen waarbij de merknaam een soortnaam wordt. In eerste instantie klinkt het geweldig. Een merknaam die zo ingeburgerd is, dat mensen het als een zelfstandig naamwoord gebruiken. En ik heb ook aardig wat (marketing) directeuren verlekkerd zien kijken als dit onderwerp ter sprake kwam. Maar geloof me, genericide is geen positief effect.

Naast allerhande juridische gevolgen, beschadigt genericide ook het merk. Zo zet het de deur open voor inferieure producten of kan het je positie aantasten. Als de buurman vertelt over het raamdecoratieproduct dat hij bij Ikea heeft gekocht, heeft hij het vast niet over zijn nieuwe ‘horizontale jaloezie’, maar over zijn ‘luxaflex’. Als aspirine op het boodschappenlijstje staat, wil dat niet zeggen dat het merk Aspirine wordt gekocht. Dat kan net zo goed Advil of Panadol zijn.

De laatste jaren is er een nieuwe versie van genericide ontstaan. In plaats van merknamen die veranderen in soortnamen, veranderen merknamen in werkwoorden. We Googelen, Twitteren, Facebooken, Skypen erop los. Wat dit op de langer termijn voor effect heeft is nog onbekend. Misschien is het ook nog te vroeg om hier een uitspraak over te doen. Maar ik denk dat het interessante conclusies oplevert als onderzocht zou worden of het verwerkwoorden van merken ook merkmoord is.

Advertenties